Ambachtsinwijding

De bekende godsdienstwetenschapper Georges Dumézil (1898-1986) kwam tot de baanbrekende theorie over een driedeling in mythen. Aanvankelijk was zijn conclusie dat er dualiteiten bestonden, maar hoe langer hij zocht en hoe meer mythologieën hij vergeleek, hoe duidelijker het werd dat het in feite gaat om een driedeling waarin zich dan weer paren bergen.

Grofweg kun je zeggen dat de drie zogenaamde “functies” van Dumézil die omvatten, die zijn van religie/heersers (1e functie), strijders (2e functie) en producenten (3e functie). Zo heb je in de eerste functie Goden met betrekking tot bijvoorbeeld magie en recht, in de 2e functie oorlogsgoden en in de derde functie vruchtbaarheidsgoden.
De 1e en 3e functie worden vaak ‘bemand’ door twee Goden, zoals bijvoorbeeld Mitra (recht) en Varuna (magie) op het 1e niveau, Indra (oorlog) op het tweede en de Nasatya tweelingen op het 3e niveau in het Hindoeïsme. (Zowel de hypothese van Dumézil en de weergave van de Goden zijn natuurlijk sterk versimpelt om het een en ander niet al te ingewikkeld te maken.)

Hetzelfde zag Dumézil in de maatschappij. Zoals het boven is, is het ook beneden tenslotte. Priesters en koningen (of verder terug: priesterkoningen) op het 1e niveau, strijders (bijvoorbeeld ridders) op het 2e en boeren op het 3e niveau.

Dit is vrij duidelijk in Indo-Germaanse culturen, maar ook in andere culturen vind je dit terug. Soms moet de informatie een beetje in de mal worden gepropt en zo heb je een van de kritieken op de hypothese van Dumézil, hij is wat strikt. Hier gaan we het echter niet over hebben.

Het verband met de ver-Oosterse kasten had je misschien zelf al gelegd. De 4e kaste van de Sudra’s wordt ook wel eens “kasteloos” genoemd. Iets met een mal…

Wat je, zeker in oude Oosterse maatschappijen, ziet, is dat elke kaste haar eigen inwijdingen kent. Iemand die wordt geboren als Vaishya wordt niet ingewijd in een Khsatriya inwijding, hoewel dat zeker niet onmogelijk is. Binnen zijn/haar eigen kaste kan iedereen ‘opklimmen tot de top’ en de enkeling zal misschien worden opgenomen in een ‘hogere’ kaste.

In het Westen moeten we ook zoiets gehad hebben. Denk maar eens aan de redelijk bekende verschillende Keltische klassen, de Druïden, de Ovaten en de Barden. Dat zijn geen drie soorten Druïden, maar feitelijk drie verschillende kasten met hun eigen inwijdingen, respectievelijk in de 1e, 2e en 3e functies van Dumézil.

Ongetwijfeld zit je nu te denken: steenkappers, metselaren, handwerklieden, dat moet de 3e functie zijn. Inderdaad. Vrijmetselaren zijn nazaten van ambachtsorganisaties-inwijdingen. Daar waren er ooit veel van. De foto boven dit artikel is uit 1953 en laat een scene uit de inwijding van een kuiper zien die na 7 jaren leerlingschap (!) wordt opgenomen in het kuipersgilde. Meer foto’s uit deze serie vind je hier.

Een ander kenmerk van Indo-Europese (maar ook hier: ook andere) mythologieën, is dat er sprake is van vier tijdperken. Geen vooruitgang zoals Westerlingen het vaak zien, maar juist andersom. Van een Gouden tijdperk gaat de mensheid naar een Zilveren en Bronzen tijdperk om uiteindelijk bij ons IJzeren tijdperk uit te komen. Die laatste heeft de relatief bekende naam “Kali Yuga” bij de Hindoes, het zwarte tijdperk.

Als je de ideeën van bijvoorbeeld René Guénon (1886-1951) volgt, houdt de doorgang door de tijdperken een verwording in. Steeds verder raakt alles verwijderd van de Goddelijke Oorsprong. De meest ‘ontwikkelde’ inwijdingen gaan er dan als eerste aan. De Westerse strijdersinwijdingen kennen we bijvoorbeeld uit verhalen over de ridders van de ronde tafel. Inwijdingen van de volgende klasse kennen we alleen nog vager als kroningen van koningen of de bijzondere rituelen rond koningschap bij de Kelten.

Guénon maakt het nog bonter. In zijn jongere jaren was hij van mening dat er in het Westen nog maar twee echte inwijdingsorganisaties waren. Voor hem zijn dat organisatie die direct terug te voeren zijn op een Goddelijke Bron door middel van een “filiatie”. Deze twee zijn de Vrijmetselarij en de Compagnonnage die je bijna alleen in Frankrijk (en soms in Duitsland) ziet. Later zou hij zijn mening bijstellen en zeggen dat beide organisaties zo ver verworden zijn door de moderne mentaliteit dat ook deze “filiatie” verloren is gegaan.

Wat er ook van zei, dat de Vrijmetselarij in oorsprong vooral (gebaseerd op) een ambachtsinwijding is, lijkt duidelijk. Interessant in deze context zijn natuurlijk wel de alchemistische, Kabbalistische en Hermetische invloeden in de Vrijmetselarij. Zijn deze terug te voeren op ‘hogere’ (als je van ‘hoog’ en ‘laag’ kunt spreken) inwijdingssystemen of zijn ze gewoon door de auteurs van ritualen uit boekjes gekopieerd?

Een inwijdingsorganisatie van het 3e niveau dus en ook deze lijkt te vervallen in een sociaal clubje dat moralistische verhalen houdt in plaats van zich bezig te houden met de geestelijke vooruitgang van haar leden.

Is het tij nog te keren?

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.